Klein Curaçao: mini paradijs met Urbex elementen

Klein Curaçao, een onbewoond eiland in de Caribische zee

Overnachten kun je er niet. Aanmeren of ankeren met een boot ook niet. De enige mogelijkheid om naar Klein Curaçao te gaan is met een charter. Verschillende chartermaatschappijen hebben toestemming om hun boot vast te leggen aan één van de vaste ankerboeien die voor de kust van het eiland liggen. Zelf een anker uitgooien met een eigen boot is ondenkbaar. De kwetsbare koraalbodem wil je niet verstoren.

Wij kozen voor een dagtocht met de Black & White catamaran van Blue Finn charters. Het werd een dag om nooit te vergeten.

Blue Finn charter Black & White catamaran

Wat maakt Klein Curaçao zo bijzonder

Klein Curaçao bestaat uit zand, koraal en nog meer zand. Het is een geweldige plek om te snorkelen, duiken of te zwemmen. Idyllisch, daar heb je weer zo’n ‘verboden‘ woord, is het zeker. Maar het eiland heeft ook een paar echte urban exploring elementen. De mix van dat fijne witte zand, de helder blauwe zee en de verlaten vuurtoren in combinatie met het scheepswrak maken dit eiland heel bijzonder.

Geniet van het mooie, maar doe voorzichtig

Zonnebaden kan hier als nergens anders, maar in de hitte verbrand je levend op het strand. Smeren dus. Om de zee in te gaan moet je altijd schoenen aanhebben. Ook al lijkt het parelwit zand, het is en blijft een koraaleiland en dus liggen er overal harde stukjes koraal waar je doorheen moet om het water in te gaan. Dat doet echt pijn aan je voeten.

Op het eiland zelf is niets. Tenzij je met die andere charter mee gaat. Zij hebben een kleine nederzetting met ligbedden in de schaduw, een zoetwaterdouche en een toilet. Daar mochten wij als gasten van Blue Finn niet komen. Onder een rieten parasol stonden kratten met limonade en daar maakten zij gretig gebruik van na de wandeling, maar toen bleek dat dit niet van onze charter was. Oeps. Blue Finn charter zorgt voor eten en drinken op de boot, dus je komt er niets te kort. Maar verwacht op het eiland niet in een bar of restaurant te kunnen zitten, want dat is er niet.

Het spreekt voor zich dat je op dit prachtige eiland niets achterlaat. Geen afval en ook geen spullen vergeten.

De bemanning was bijna volledig Zeeuws

Als echte Zeeuwen zijn wij gewend om op een eiland te wonen en te leven met grote hoeveelheden toeristen om ons heen. Behalve het mooie weer en de overheersende armoede onder de bevolking verschillen de Zeeuwse eilanden niet zoveel van Curaçao. Je struikelt op beide locaties over de toeristen.

Op Klein Curaçao is dat niet anders, maar dan heel erg gereduceerd. De 4-koppige bemanning van de Black & White bleek voor driekwart uit Zeeuwen te bestaan. Dat schept al snel een band. Uit een paar gesprekken bleek dat het in Curaçao hard werken is voor behoorlijk wat minder geld. Ze maken lange dagen en werken in de hitte is veel zwaarder dan werken in een gemiddelde temperatuur van 20 graden. Op de vraag waarom ze dan toch kiezen voor dit leven en niet gewoon lekker in Zeeland zijn gebleven is het antwoord steevast: “het eeuwige mooie weer en de gezelligheid op het eiland”. Wij snappen dit heel goed.

Stampend op zee naar Klein Curaçao

Allereerst de reis er naartoe. Stampend over de golven vaar je in een paar uur tijd naar het onbewoonde eiland. Nu ben ik van mijn geboorte af aan verplicht opgegroeid op een zeilboot en op mijn 18e heb ik gezworen nooit meer een stap op een boot te zetten. Dat heeft alles te maken met de jaren in mijn jeugd verplicht elk weekend, elke feestdag en elke vakantie weer op die boot te moeten zeilen. Frustraties dus. Hoewel ik een korte vaartocht met een veerboot nog wel kan hebben, zoals naar het Franse Porqurolles, was dit net even teveel van het goede.

Richard wilde graag een keer zeilen in het Caribisch gebied, dus liet ik me overhalen mee te gaan op deze enorme catamaran. Na vijf minuten op zee had ik al spijt en was ik behoorlijk saggerijnig. Ik had hem al verteld dat de zee, welke dan ook, nooit te vergelijken is met de idyllische strandjes, waar dan ook. De zee is altijd krachtig en verraderlijk. Dat weet ik als ervaringsdeskundige maar al te goed.

De mensen die enthousiast in de netten voorop de catamaran zaten, waren binnen een paar minuten doorweekt en weer terug in de boot. Ik had het van te voren al voorspeld. Het is niet leuk om in zo’n net te zitten op zee.

Enfin, stampend tegen de wind in, niet zeilend, maar op de motor, duurde het een uur of 3 voordat we aanmeerden bij Klein Curaçao. Gelukkig verliep de terugweg een stuk rustiger. Met wind mee werd het grootzeil gehesen en kabbelden we langzaam terug naar het vasteland van Curaçao.

Midden op het eiland staat een oude, verlaten vuurtoren. Het is een oud en verlaten gebouw en zeer de moeite waar om even te kijken en te Urbexen. De lege kamers, de afgebladderde muren en de doorkijkjes naar buiten. Ik vind het prachtig.

Je kan helemaal naar boven klimmen over de ronddraaiende, smalle en steile trap. Helaas wil iedereen dit en is het af en toe dringen en op elkaar wachten. Ondertussen brandt de zon op je lijf, dus trek een, bij voorkeur wit, shirt aan en smeer je van onder tot boven goed in.

De oude vuurtoren van Klein Curaçao

Aan de andere kant van het eiland, hemelsbreed 1 kilometer ver, ligt een wrak van een oud vrachtschip. Ook zeker de moeite waard om even heen te lopen. Wel schoenen aan, want de ondergrond is koraal, dus overal is het scherp.

Het hele eiland is 1,7 vierkante kilometer. Je wandelt het in een uur helemaal rond. Dat is maar goed ook, want je wilt ook nog zwemmen, snorkelen en eten op de boot en na een uurtje of 3 a 4 vaart de boot weer terug.

Het werd een onvergetelijke dag, mede dankzij de bemanning van de Black & White. Ik zeg: een aanrader.

Filmpje

Ik maakte er het volgende filmpje over:

Deze blog is niet gesponsord door Blue Finn, zoals geen enkel blog van Wandelfreaks gesponsord is.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.