Lekker lezen: Avontuurlijk Cuba – Deel 1

Avontuurlijk Cuba – lekker lezen voor u als bezoeker van Wandelen en Reizen

In 2018 maakten wij een rondreis door Cuba van 4.225 kilometer, zonder dat we van te voren iets hadden gereserveerd of gepland. Over deze reis schreef ik het boek: Avontuurlijk Cuba, reizen op de bonnefooi en slapen bij de lokale bevolking. Omdat we nu vanwege de corona-maatregelen niet kunnen reizen, krijgt u van mij hier de eerste hoodfstukken van mijn boek.

Trinidad

Tweeëndertig jaar is ze, dokter Maria Carmen Gomez Bacerio. Hoogopgeleid, moeder van een zoon van vier. Zo jong als ze is, zit ze vast op een eiland waar ze zo graag eens van af zou willen. Niet voor altijd, maar voor even, om eens in een andere wereld rond te kijken. De wereld die slechts weinige Cubanen kennen, maar die steeds meer Cubanen via internet te zien krijgen. Een wereld die in niets te vergelijken is met het leven op Cuba. Het verlangen van de Cubaan, dat waarschijnlijk nooit zal worden vervuld. Maar het is de vraag of het verlangen naar de wereld buiten het eiland niet mooier is dan de werkelijkheid op het eiland. De Cubaan leeft in een veilig land en is verzekerd van onderdak en voedsel, verzorging bij ziekte en scholing. Zijn er niet heel veel delen in de wereld waar deze zekerheden niet bestaan? Zelfs in Europa zijn daklozen. De geringe omvang van dit land leidt tot het grote verlangen van veel Cubanen om weg te gaan. Slecht hebben ze het hier niet, want alles is er, maar rijkdom en welvaart zijn ver te zoeken. Ik begrijp ze wel, de Cubanen.

Het huis van Maria's moeder
Het huis van Maria’s moeder

Mijn eeuwige drang om te reizen en de wereld te verkennen is niet vergelijkbaar met het verlangen van de Cubaan. Er is nu eenmaal een verschil tussen ‘weg willen’ en ‘altijd maar onderweg willen zijn.’ En er is nog dat ene grotere verschil: ik kan gaan waar en wanneer ik wil en zij niet.

Maria werkt fulltime en verdient daarmee 40 CuC per maand. Dat is ongeveer 40 euro. Ze hoort bij de top van Cuba en haar inkomen is hoger dan dat van de gemiddelde inwoner. Ze kan mensen beter maken. Ze kan hele dorpen redden. Ze kijkt me wanhopig aan. Een knappe verschijning. Lief gezicht, haar donkere krullen nonchalant in een staart gebonden. Ze is open en eerlijk. Ze wil nog veel meer leren. Zich verder ontwikkelen in een ander land. Maar ze mag niet. Ze mag, net als alle andere Cubanen, het land niet uit. Ja, ze zou het kunnen aanvragen. En wellicht krijgt ze dan een brief van de overheid dat ze mag gaan. Als ze dan ook alle stempels krijgt van de mannetjes van de overheid in haar stad, Trinidad, mag ze naar het vliegveld. De kans dat dit lukt is klein, maar het kan. Stel dat ze het geld voor de reis bij elkaar gespaard krijgt en alle papieren en stempels heeft om te gaan. Dan nog is er een grote kans dat de douane op het vliegveld haar tegenhoudt. Zonder reden. Gewoon omdat ze het land niet uit mag, ondanks alle stempels en papieren, en dan is ze haar geld kwijt. En geld sparen voor een reis is al een hele opgave als je 40 CuC per maand verdient. Ze zucht. ‘Ik zal nooit in het buitenland komen. Het is moeilijk. Het is zo verschrikkelijk ingewikkeld.’ Verdrietig kijkt ze me aan. Ze zou het zo graag willen. Even weg van dit eiland. Even om een hoekje kijken hoe het in de andere wereld is. Leren hoe het daar gaat. Ze zou kunnen zeggen dat ze het land uit wil om mensen in andere landen te helpen. Om mensen in probleemgebieden te helpen. Ze zou het allemaal waar kunnen maken. Maar de kans is zo klein. Dat frustreert. Niet een beetje, maar heel erg. Ze wil zo graag haar verhaal vertellen. Aan elke toerist die bij haar moeder in de ‘Casa Particular’ komt logeren. Zelfs aan een Amerikaans koppel. Ze wil het vertellen aan iedereen die luisteren wil. Cuba. Het is een fantastisch land. Alles is er. Behalve geld. Behalve een paspoort om het eiland te kunnen verlaten. En dat stoort. Alles is er, behalve de vrijheid om te gaan. Voor ons westerlingen onbegrijpelijk, maar we kunnen niet anders doen dan het als informatie tot ons nemen en accepteren dat het zo is.

Trinidad, Cuba
Trinidad, Cuba

Maria Carmen heeft het relatief goed. Haar familie woonde voor de revolutie in een groot koloniaal huis. Iedereen die voor de revolutie in zo’n huis woonde, mocht er blijven wonen. Persoonlijk bezit is niet toegestaan op Cuba, maar wie zijn hele leven in een huis woont kan het beschouwen als zijn of haar huis. De moeder van Maria Carmen heeft van het huis een ‘Casa Particular’ gemaakt. Zie het als een Bed & Breakfast. Je kunt er een kamer huren met of zonder ontbijt en je kunt er avondeten. Dat hebben ze het liefst. Dat je er niet alleen slaapt, maar ook eet. Daardoor verdienen ze wat geld. Daardoor verdienen ze veel geld, moet ik zeggen. Veel meer dan de gemiddelde Cubaan. De Castro’s hebben in 1997 toestemming gegeven aan Cubanen die een kamer overhebben, om deze te verhuren aan toeristen. Sindsdien zijn er heel veel Casa’s bijgekomen. Zoveel zelfs, dat deze vorm van overnachten een concurrent werd voor de grote overheidshotels en resorts. In 2012 heeft de overheid de regeling teruggedraaid. Iedereen die geregistreerd staat als Casa Particular mag blijven bestaan, maar nieuwe vergunningen worden niet meer uitgegeven. Mensen die veel geld hebben gespendeerd om een kamer op te knappen voor verhuur hebben pech. Zij kunnen het geld niet meer terugverdienen.

Een kamer verhuren kan niet zomaar, daar zijn strenge regels voor. Zoals voor alles in Cuba. Wie een vergunning heeft mag een, twee of drie kamers verhuren. Voor die vergunning moet de eigenaar elke maand 850 CUP (Cubaanse Pesos, omgerekend zo’n 32 euro) aan de overheid afdragen. Ook al is er geen enkele kamer verhuurd in die maand, dit bedrag moeten ze altijd betalen. Wij hebben mensen gesproken die hun enige bezit, een motor, moesten verkopen omdat ze anders het maandbedrag niet konden opbrengen. Naast dit vaste bedrag moeten ze ook nog tien procent van de omzet afstaan in CuC. De CuC, de Cuba Pesos Convertible, is de munteenheid waar de toeristen mee betalen. 1 CuC is ongeveer 25 CUP. Een heel ingewikkeld systeem, maar het komt erop neer dat voor elke kamer die verhuurd wordt ongeveer 2 euro afgestaan moet worden, uitgaande van de gemiddelde kamerprijs van 20 CuC. Tel daarbij de 850 CUP vaste lasten per maand op en je ziet al snel dat dit een maandsalaris van de gemiddelde Cubaan is. Om een voorbeeld te geven: een leerkracht verdient ongeveer 20 CuC en een schoonmaker 10 CuC.

Toch is de verhuur van kamers een lucratieve business. Wie de kamer 15 dagen per maand verhuurt heeft een inkomen van 300 CuC (= 7500 CUP). Daar moet de verhuurder 30 CuC plus 850 CUP van afdragen. Je kunt je voorstellen dat er een flink inkomen overblijft.

Je vraagt je meteen af hoe de overheid dat allemaal controleert. Dat is heel simpel. Nog voordat je als toerist je koffer in de kamer mag zetten, ben je ingeschreven in het grote boek. Je naam, geboortedatum, land van herkomst, paspoortnummer, dag van aankomst, dag van vertrek. Alles wordt genoteerd en moet ondertekend worden door jou en de eigenaar van het huis. Wij zouden denken, maak even een kopietje van ons paspoort, maar een kopieermachine of computer hebben ze niet.

Mannetjes van de overheid komen te pas en te onpas binnen om het boek te controleren. Is er een toerist en staat deze niet in het boek? Dan volgt een fikse boete en wordt de vergunning ingenomen. Er is geen Cubaan die een kamer verhuurt zonder deze te registreren. Cubanen zullen nooit iets doen wat niet mag. De controle is ontzettend streng en altijd en overal. Cubanen hebben respect voor de overheid. In onze ogen zijn ze gewoon bang voor de overheid, maar zij zien het als respect. Een keuze is er trouwens niet. Je moet, anders heb je geen leven in Cuba.

Het communisme brengt ook goede dingen. De revolutie betekende vrijheid na jaren van onderdrukking. Fidel creëerde gelijkheid voor iedereen. Er is geen Cubaan die op straat leeft. Iedereen woont in een huis, zij het soms in een heel klein en slecht onderhouden huis. Iedereen kreeg na de revolutie een huis van de overheid, tenzij je als familie al van voor de revolutie in een huis woonde. Alle huizen van de overheid zien er hetzelfde uit. Oud en niet groot. Ook de zorg is gratis. Van huisarts tot ziekenhuis, van ambulance tot medicijnen. Niemand betaalt een premie en iedereen wordt geholpen. Zo ook het onderwijs. Alle kinderen gaan gratis naar school en zelfs universiteiten zijn gratis.

Lees meer over Cuba of lees het hele boek Avontuurlijk Cuba. Nu te bestellen voor € 15,- exclusief verzendkosten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *