Hoe schrijf ik een reisverhaal of reisblog

8 tips om een pakkend reisverhaal te schrijven

Internet is overspoeld met bloggers en schrijvers. Hoe val je op tussen die menigte? Hoe schrijf je een goed verhaal dat leesbaar is en de lezer vasthoud. In 8 tips leg ik de basis uit van een reisverhaal of reisblog. Als je na het lezen van deze tips meer wilt weten over het schrijven van korte verhalen, geef je dan onderaan de pagina op voor een workshop.

1. Maak een goede indeling

Een reisverhaal of reisblog moet voldoen aan een goede indeling:
titel, inleiding, middenstuk en slot.

Titel
De titel moet kort en duidelijk zijn. De lezer wil meteen weten waar het verhaal over gaat en getriggerd worden om verder te lezen.

Inleiding
Vertel in maximaal vijf zinnen waar je verhaal over gaat. De lezer moet meteen gegrepen worden door de titel en niet afhaken bij het lezen van de inleiding. Als je dat voor elkaar hebt, mag je er vanuit gaan dat je lezer geïnteresseerd is in het verhaal dat je hebt geschreven.

Middenstuk
Het middenstuk is je eigenlijke verhaal. Hier vertel je waar je bent geweest en wat je hebt meegemaakt. Zorg ervoor dat er alinea’s in je tekst verwerkt zijn. Anders wordt het een onoverzichtelijke lap tekst. Zet een paar foto’s tussen de tekst.

Let erop dat je niet alleen maar lange zinnen of hele korte zinnen gebruikt. Wissel korte en lange zinnen met elkaar af. Een fijn leesritme is kort-kort-lang.

Slot
In het slot vertel je de conclusie van je reis en geef informatie aan je lezer.
Waar kan hij terecht om deze reis ook te boeken? Waar kan hij informatie vinden over het land of de omgeving? Waar kan de lezer een auto huren? Welke route heb jij afgelegd?

2. Vermijd clichés

In de jaren zeventig was het populair. Woorden als pittoresk, abominabel, feeëriek, adembenemend, majestueus. Ik noem er maar een paar. Als ik zo’n woord lees denk ik meteen: ‘adembenemend? Hoe dan? Mijn adem stopt als ik stik, maar niet als ik een mooi landschap zie’. Bekijk dit soort woorden eens letterlijk en vraag dan jezelf af of je ze echt wilt gebruiken.

Soms kun je niet anders. Zo schreef ik een blog over een dorp in de Cotswolds:
Castle Combe is alles wat je als reisjournalist niet mag zeggen. Op deze manier steek ik de draak ermee en ondertussen geef ik aan dat het echt is wat het eigenlijk niet mag zijn.

Maar welke woorden gebruik je dan wel? Je kunt gebruik maken van synoniemen of zelf iets verzinnen. Maar nog beter is om niet met één woord aan te duiden wat je ziet, maar met een volledige zin te gebruiken als omschrijving.

Voorbeeld:
De majestueuze berg steekt hoog boven het landschap uit.

Kan zijn:
De berg is zo hoog, dat het lijkt of de mensen die onder aan de berg lopen nog kleiner zijn dan de kabouters in Pinkeltje.

Voorbeeld:
Het uitzicht was adembenemend.

Kan zijn:
Het uitzicht was zo mooi dat ik mijn adem gewoon even inhield. Ik bleef maar kijken naar de prachtige vergezichten met de vele gekleurde bloemen.

3. Taalkundig moet het kloppen

Bekende missers zijn pleonasmen en tautologieën.

Pleonasme
Voorbeelden van pleonasme zijn: ‘de hoge bergen’, ‘het groene gras’. Deze dubbele woorden vallen onder stijlfouten. Let er op dat je deze niet gebruikt.

Tautologie
Voorbeelden van tautologie zijn: ‘verheugd en blij’, ‘onmiddellijk en direct’, ‘hier en nu’.

Spelling
Verdiep je in de moderne spelling. Soms verandert er iets, terwijl wij het niet weten. De muggenzifter onder de lezers zal je erop wijzen dat je spelling niet correct is. De automatische correctie is handig, maar heeft het ook niet altijd goed. Het spreekt voor zich dat je goede kennis van de Nederlandse taal moet hebben om een reisverhaal te kunnen schrijven. Wees ook kritisch op jezelf. Als je verhaal af is leg je het weg en lees je het een paar dagen later nog eens. En nog eens. Laat het ook even door een ander lezen en wees voorbereid op kritiek. Dat is niet erg, daar leer je van.

4. De schrijfstijl moet sterk zijn

Een reisverhaal is kort en krachtig. In weinig woorden moet je de lezer meevoeren in wat jij beleeft hebt. Als je begint te vertellen dat je na het wakker worden hebt ontbeten, dan haakt de lezer al snel af. Bijna ieder mens ontbijt in de ochtend. Dat hoef je niet te vertellen.

Gebruik vooral geen woorden als ‘we gingen’, ‘en toen’, ‘de volgende ochtend’’.
Dat is niet makkelijk. Ik heb mezelf er ook op betrapt dat ik in mijn boek ‘de volgende ochtend’ een aantal keer heb gebruikt. In een blog of reisverhaal is me dat nog niet overkomen.

Soms is het nodig om je zin om te draaien. Dan is het net wat beter leesbaar of loopt de zin lekkerder. Probeer dat eens met een aantal zinnen die je hebt opgeschreven. Kies een ander woord om de zin mee te beginnen en gooi de hele zin door elkaar om toch tot hetzelfde te komen.

5. Gebruik citaten

Tijdens je reis ontmoet je altijd wel lokale mensen. Spreek ze eens aan en vraag wat over de omgeving of bijvoorbeeld hoe het is om daar te wonen en te leven. Hoe delen zij hun dag in? Wat vinden zij belangrijk? Wat weten ze van ons land? Met dat soort vragen kun je een aardig inzicht krijgen over het land waar jij op dat moment bent.

Beschrijf in je tekst eens zo’n gesprekje. Dat hoeft niet lang te zijn. Een paar zinnen is al genoeg. Hiermee geef je aan je lezer weer hoe je tot een inzicht bent gekomen of waarom iets is zoals je het schrijft.

Slecht voorbeeld:
Ik sprak de oude man op het plein aan:
‘goedemiddag meneer’
‘dag mevrouw’
‘hoe gaat het met u?’
‘goed mevrouw, dank u wel’.

Goed voorbeeld:
‘goedemiddag meneer, wat heeft u een mooie hoed op. Is dat een traditionele hoed?’

De man neemt zijn hoed af en zegt met zachte stem: ‘deze hoed is nog van mijn grootvader geweest. Het is een traditionele hoed van ons Joodse geloof’
‘Wat prachtig. Dan is deze hoed al heel oud’ zeg ik.

‘Mijn grootvader was 103 toen hij stierf. Ik ben nu 102. Ja mevrouw, deze hoed is al heel oud. Weet u mevrouw, er is hier vlak om de hoek een museum over het Jodendom. Daar moet u beslist eens gaan kijken’ verteld de man.

Ik bedank de man voor het fijne gesprek en de goede tip, maak een foto van hem en loop de straat uit, de hoek om….

6. Wees origineel en ga zelf op onderzoek uit

Laat je niet leiden door de reisgidsen, maar ga zelf op pad. Sterker nog, laat de reisgids thuis en kijk ter plekke wat je gaat doen. Het toeristenbureau weet soms bijzondere plekken, als je er maar om vraagt. Laat je niet afschepen met het geijkte museum, maar vraag door of er niet ergens nog een mooier museum of een gebouw is dat nog niemand kent, maar wel de moeite waard is. Laat de journalist in je naar boven komen en onderzoek. Wees nieuwsgierig. Probeer eens mee te luisteren als de lokale bevolking met elkaar praat. Soms kun je daar hele mooie dingen uit halen.

7. Maak duidelijke foto’s

Zelf sleep ik altijd een systeemcamera met verschillende lenzen mee. Deze is al een stuk lichter dan een spiegelreflexcamera, maar nog altijd een hoop gesjouw. Met een compact camera kun je ook al aardige foto’s maken en de nieuwste mobiele telefoons doen het ook niet slecht. Maak foto’s vanuit verschillende standpunten. Neem de tijd om foto’s te maken. Mijn valkuil is dat ik altijd te snel wil zijn. Kijk naar het licht en loop eens naar de andere kant. Dan kan een foto net wat mooier zijn. Zak door je knieën of klim ergens op en maak foto’s vanuit een andere hoek.

Tijdens je reis moet je eigenlijk al bezig zijn met je verhaal en bij dat verhaal proberen foto’s te maken. Als er iets of iemand is waar je heel enthousiast over bent en er zeker over wil vertellen, maar dan foto’s van dat object of die persoon. Vraag altijd toestemming als je van een persoon een foto maakt.

Hoe schrijf ik een reisverhaal of reisblog
Deze foto is gemaakt met een mobiele telefoon

8. Vertel de waarheid

Niets is zo vervelend als een reisverhaal lezen dat niet klopt omdat de schrijver er niet daadwerkelijk is geweest. Schrijf alleen over datgene waar je echt verstand van hebt. Het is beter om iets weg te laten, dan om iets te schrijven dat niet klopt.

Ben je in Barcelona geweest, maar niet in de Sagrada Familia, schrijf dan over de stad, maar niet over de beroemde kerk.

Het is niet erg om thuis op Google bepaalde informatie op te zoeken over het land waar je bent geweest. Soms weet je niet meer precies hoe de ene straat heette of waar nu ook alweer dat mooie gebouw stond. Maar alleen als je er zelf bent geweest kun je een pakkend verhaal schrijven.

Tot slot

Een reisverhaal schrijven is een kwestie van de tijd nemen en gewoon doen. Er is geen bepaling van het minimum- of maximum aantal woorden. De meningen zijn hier heel erg over verdeeld. De tekst is goed als jij tevreden bent en als de lezer daadwerkelijk onder ogen krijgt wat de titel belooft.

Schrijf je voor Google, verdiep je dan in SEO. Hiermee vergroot je de kans dat je verhaal gevonden wordt op internet. Dit is een gecompliceerde materie waar ik nu niets over ga vertellen. Wil je hierover meer informatie, neem dan contact met me op.

Schrijf voor je lezer en vooral voor jezelf.

Lees ook mijn blog: Hoe schrijf ik een reisboek

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *